OVER DE KERSTDAGEN

 

Een Kind is ons geboren...

 

Kerst is en blijft het feest van de verwondering. Verwondering om mensen, die er van jaar tot jaar over blijven vertellen, dat in hemelsnaam de hemel open ging. Verwondering van mensen, die geraakt zijn door een engel, een ster, een eenvoudige schapenhoeder of een wijze sterrenkundige. Stuk voor stuk tekenen van een hand van boven. Van jaar tot jaar komt dat verhaal over van Godswege aangeraakte mensen op ons toe. Ons is het de eeuwen door verteld door mensen, die op hun beurt de tekenen verstonden.

 

De pas aangeschafte agenda van het volgende jaar laat zien, dat ook volgend jaar het Kerstfeest al weer geprogrammeerd staat. En zo was Kerst van dìt jaar ook al lang geleden ‘geagendeerd’. Lang van tevoren kon je al op de hoogte zijn. En nu tref je je voorbereidingen: de buitenverlichting op zolder opgedoken, de os en de ezel van stal gehaald, de boom uitgezocht. Lang van tevoren stond het al gepland; wie brengt het dan nog op om met verwondering de bladzijden om te slaan?

Lang van tevoren staat ook al vast, dat er een volgend jaar komt. Toch moet op de kantoren, in scholen en in fabriekshallen alles zo vóór de Kerstdagen geregeld zijn, alsof er geen nieuw jaar in aantocht is. Wat een drukke dagen; wie heeft dan nog de tijd om met verwondering de oude profetieën als nieuw te spellen?

 

Een Kind speelt de hoofdrol op het feest. Een Kind dat je vraagt te kijken met de ogen van een kind.

Kijken met de ogen van een kind. Niet om zo een excuus te hebben om al het ongelofelijk onverklaarbare aan het Feest niet te hoeven opgeven. 'Wat je niet begrijpen kunt, dat moet je dan maar geloven, als een kind'. Dat klinkt heel vroom, maar zo'n argument spreekt meer van verlegenheid, dan van geloofsvertrouwen. Nee, met Kerst gaat het om de verwondering. Verwondering om hoe de Vader van dit Kind zich alles gelegen laat liggen aan een eenvoudige schapenhoeder en een wijze sterrenkundige. Èn aan een stoere schooljongen en een zorgzame buurvrouw.